terug
Beschrijving kort Linker hand van een foetus presenteer een hart van een jong kind. Toont: de aorta en andere grote bloedvaten.
Beschrijving Ruysch Een fles met vocht waarin de arm van een menselijke vrucht, die nog schijnt te leven. In zijn hand een hart van een pasgeborene, waarvan de slagaderen zeer fraai opgevuld zijn.
Trefwoord arm met hart van een pasgeborene
Opening UBMGWOG637180007
MAE Kunstkamera nummer 4070-341
Preparaatnummer 12.1.14
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Curae renovatae seu Thesaurus anatomicus, post curas postiores, novus . Amsterdam 1728; Nr. 14. Phiala in liquore conservans brachium foetus humani vitae speciem repraesentans, in cujus manu continetur cor infantis, cujus arteriae optimè sunt repletae. Museum Imperiale Petropolitanum Petersburg 1741; No. 67: ‘Brachium infantis, manu tenens corculum foetus elegantissime repletum, M. 417. Alle de ontleed- genees- en heelkundige werken. Vertaald door Ysbrand Gysbert Arlebout. Amsterdam 1744; No. 14. Een glas met vocht den arm van een menschelyke vrucht, dewelke nog schynt te leven, in wiens hant vastgehouden wort, het hart van een kindt, waarvan de slagaderen zeer fraay opgevult zyn.
Beschrijving kort Rechterkant van het hoofd van een jong kind.Toont: de mondholte, de tong, het verhemelte en de hersenpan.
Beschrijving Ruysch Half hoofd van een kindje, over de lengte doorgesneden, waarin je kunt zien 1. de plaats van de tong, het achterste en het voorste gedeelte 2. goed te zien is hoe de opening van het kanaal, dat van het verhemelte naar het middenoor gaat, bekleed is met een slijmvlies met kleine uitstulpingen. Deze uitstulpingen lijken wel gerangschikt als de loop van stromend water om een beletsel. 3. dat het slijmvlies van het tussenschot van de neus, van zeer veel, ja van een ontelbaar aantal slagadertjes is voorzien. 4. de sponsachtige beenderen van de neus, zijn met een slijmvlies bekleed, waarin duizenden kleine slagadertjes lopen. 5. een van de snijtanden van de onderste kaak, in de lengte gekloofd, blijkt uit drie verschillende onderdelen te bestaan; de buitenste is witachtig, de middelste is grauw, en de derde is wat lichter grauw van kleur. 6. dat de Hanekam, op die leeftijd, geheel en al kraakbeenig is, en ook het tussenschot van de neus, blijkt hier duidelijk; ook dat ze onderling verbonden zijn. 7.als het heel helder weer is, kan je door de vliezen die de spongieuze beenderen bekleden, vele kleine ronde lichaampje zien, die kliertjes genoemd worden. 8.ook de overblijfselen van het zeisvormige uitsteeksel, daar waar ie zich vast maakt aan de hanekam, en aan de inwendige tafel van het voorhoofds been. 9. de zogenaamde klieren van het verhemelte zijn ook te zien, ook als je geen vergrootglas gebruikt. 10. je kan de zweetgaten van het vel hier heel duidelijk zien.
Trefwoord hoofd van een kind half doorgesneden
Opening UBMO629052012
MAE Kunstkamera nummer 4070-261
Preparaatnummer 01.1.04
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus primus:.Het eerste anatomisch cabinet van Frederic Ruysch . Amsterdam 1701; Eerste Plank. No. IV. Een half Hooftje van een jongh geboore Kintje, na de lengte in twee deelen verdeelt, waar in gezien kunnen werden Ten eersten. De ware inwendige gesteltheyt des Tonghs, soo wel van des selfs achterste deel, of grond, als van het voorste en uyterste, en dat soo, als men die van ter syde ziet. 2. De openinge of het mondeke des Canaals, die van ‘t verhemelte na het oor gaat, kan men hier bequaamlijk zien, en werd dese openinge bekleet met een vlies, wiens fibertjens of draykens in haren loop seer aardigh verbeelden de vloet van ‘t water in een naauw riviertjen of geute, in wiens midden enigh beletsel geleght zynde, ‘t water gedwongen word zydelyk af te stroomen. 3. Dat het bekleetsel van het tusschen-scheytsel van de Neus, met zeer veel, ja een ontelbaar getal van slag-aderkens verzien is, blykt uyt dit stuksken, ‘t welk na de verdeelinge noch is gebleven. 4. De sponcieuse beenderen van de Neus, zyn van een deksel bekleet, waar door ook duyzende van kleene Slaghaderkens passeeren. 5. Een van de Sny-tanden van de onderste Kaak, na de lenghte geklooft zynde, bevint men uyt drie verscheyde selfstandigheden te bestaan; waar van de buytenste witachtigh is, de middelste graauw, en de derde weder wat lichter graauw van couleur. 6. Dat de Hanekam, in die tijt, geheel en al kraakbeenigh is, als mede het tusschen-scheytsel van de Neus, blijkt hier klaar; ook datse onderlingh met vermenginge van substantie vereenight zijn. 7. Als het seer helder weer is, soo kanmen door de vliesen die de sponcieuse beenderen bekleeden, veele kleene ronde lighaamtjens zien, dewelke kliertkens genaamt worden. 8. Ook de overblyfselen van het seyssen-wijse uytsteek, daar het sich vast maakt aan de Hanekam, en aan de inwendige tafel van ‘t voorhoofts been. 9. De alsoo genoemde Klieren van ‘t Verhemelte komen ons ook wel in ‘t gezighte, al schoon men geen vergroot-glasen en gebruykt. 10. Men kan de sweetgaten van ‘t vel hier ook seer klaar zien.
Beschrijving kort Tong van een jongen, met het klepje van het strottenhoofd, met ontelbare tepeltjes
Beschrijving Ruysch De tong van een jongen, met het klepje van het strottenhoofd, in zijn natuurlijke kleur. Over de tong zie je ontelbare tepeltjes verspreid, van verschillend uiterlijk en grootte.Lees verder de uitleg bij de 4. Tafel, fig. 6. Frederik Ruysch, Thesaurus anatomicus primus. Het eerste anatomisch kabinet. Amsterdam 1701. Tab. 4, Fig. 6. Bijschrift: Op de zesde figuur zien we de tong van een kind met het strotsklepje;op de oppervlakte van de tong zitten ontelbare tepeltjes, die het werktuig van de smaak zijn. A. De tong. B. De tepeltjes,die er uit zien als kleine paddestoeltjes. Sommige lijken op een boog: Deze heb ik, door een vergrootglas groter laten tekenen dan in het echt. En naast deze tong, zijn tepeltjes te zien die puntig lijken. Deze puntige tepeltjes heb ik hier laten tekenen, aangezien ik ze ook in andere tongen dikwijls als puntig heb waargenomen. C. Een rij van grote tepeltjes, die plat en rond zijn, in ‘t midden voorzien van kleine gaatjes of mondjes, waarom heen een kring loopt. D. Het strottenhoofd is bezet met verscheidene kliertjes. E. Grote tepeltjes aan de onderkant van de tong, onder het strottenhoofd.’
Trefwoord Tong van een jongen
Opening UBMO629052023
MAE Kunstkamera nummer 4070-272
Preparaatnummer 01.2.14
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus primus: Het eerste anatomisch cabinet van Frederic Ruysch. Amsterdam 1701; Tweede Plank., No. XIV. De Tongh van een Jonghen, met een klepje van het Strotten-hooft, begaaft met hare natuurlijke couleur, door deselve Tongh siet men ontelbare Tepeltjens verspreyt, van verscheyde gedaante en groote. Ziet verders de uytlegginge over de 4 Tafel, fig. 6. Frederik Ruysch, Thesaurus anatomicus primus. Het eerste anatomisch kabinet. Amsterdam 1701. Tab. 4, Fig. 6. De Sesde Figuur wijst ons aan de Tongh van een Kind met het strotsklapje; in deses Tonghs oppervlakte zitten ontelbaare Tepeltjens, die het naaste werktuygh van de smaak zijn. A. De Tong. B. De Tepeltjens, van gedaante kleene padde-stoelkens gelijkende, onder deze zijnder ontelbaare, dewelke ons booghs-wijse voorkomen: Dese heb ik door een vergroot glas gesien zijnde, grooter laten tekenen als ‘t leven, en dat bezijde dese Tongh, onder die geene, dewelke hier puntigh gezien werden: Dese puntighe heb ik hier ook laten verbeelden, nadien my deselve seer dikwils puntigh voorgekomen zijn in andere Tonghen. C. Een rije van groote Tepeltjens, dewelke plat en rond zijn, in ‘t midden versien van kleene gaatjens of mondekens, rondom deselve loopt ook een kringh. D. Het strotte-hooft met verscheyde kliertjens beset. E. Groote Tepeltjens aan de grond des Tonghs, onder het strotten-hooft.
Beschrijving kort Zes stukken ribben met spieren in gespoten met rode was
Beschrijving Ruysch Zes stukken van ribben, met de tussenribbige spieren uit een klein kind. Ten eerste. Omdat ik de slagaderen opvulde met een roodwassige stof, ontdekte ik de slagaderen (door mij uitwendige tussenribbige slagaderen genoemd) . Ik heb daarover nooit eerder ergens kunnen lezen. En niemand ook heeft de slagaderen tot nog toe in figuren afgebeeld. 2. De vertakkingen van deze slagaderen, die door het beenvlies van de ribben lopen, hebben een traject, dat heel anders is dan dat van diegene, die van buiten door de tussenribbige spieren lopen. Zie de 3. Plaat, Fig. 3. 3. ‘t Is vermakelijk om te zien, hoe perfect de takjens van de uitwendige tussenribbige slagaderens, het traject van de bewegende draadjes van de uitwendige tussenribbige spiertjes volgen. 4. Je kunt zien hoe de takjes van de uitwendige tussenribbige slagaderen, op verscheidene plaatsen verdubbeld zijn. Tussen deze verdubbeling komt een ader te lopen. Net zoals je kunt zien in de navelstreng van de nageboorte, waar een ader door twee slagaders vergezeld wordt. 5. Als je het glas omdraait en de andere kant bekijkt, dan zie je alleen slagadertjes, die verspreid zijn over het oppervlak van het borstvlies, dat het dichts naast de long ligt. Hun begin, noch ook hun einde zijn goed te zien, zodat ze confuus door het genoemde vlies lijken te lopen.
Trefwoord ribben, tussenribsspieren
Opening UBMO629052027
MAE Kunstkamera nummer 4070-124
Preparaatnummer 01.3.16
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus primus :.Het eerste anatomisch cabinet van Frederic Ruysch. Amsterdam 1701; Derde Plank. No. XVI. Ses stukken van ribbens, met hare tusschenribbighe spieren en dat uyt een kleen Kint. Aanmerkt ten eersten. Het vervullen van hare slaghaderen met een rootwassighe stoffe, is oorsake, dat ik die slaghaderen, (van my uytwendighe tusschenribbighe slaghaderen geheten) uytgevonden heb, waar van ik noyt iets beschreven heb gevonden; ook en heeft men ons die tot nogh toe door geen figuren afgebeelt. 2. De spruyten of takken deser slaghaderen, door het beene-vlies der ribbens loopende, hebben eenen cours, gansch verscheyde van die gene, dewelke van buyten door de tusschenribbige spieren loopen. Ziet de 3. Plaat, Fig. 3. 3. ‘t Is vermaaklijk om te zien, hoe perfect dat de takjens van de uytwendige tussenribbige slaghaders, de cours van de bewegende draatjens der uytwendige tusschenribbige spiertjens komen te volgen. 4. De takjens van de geseyde uytwendige tusschenribbige slaghaderen, ziet men op verscheyde plaatsen verdubbelt te zijn, tussen welke verdubbelinghe eene ader komt te loopen, gelijk men altoos bespeurt in de Navel-strengh van de Nageboorte, alwaar mede eene ader van twee slaghaderen vergeselschapt word. 5. Als men ‘t glas omsettende, de contrarie zyde besiet, soo komen ons alleen die slaghadertjens in ‘t gesighte, dewelke verspreyt sijn door die oppervlakte van ‘t borstvlies, dewelke ‘t naast aan de Longhe is: Dese haar begin, nogh ook haar eynde, sijn niet wel te sien, soo datse confus door ‘t geseyde vlies schynen te loopen.
Beschrijving kort Hoofd van een jongen. Zonder schedeldak, Het harde hersenvlies is uitgenomen. Neus tegen het glas. Donkere wenkbrauwen.Geinjecteerd met rode wachtigestof.Toont hersens en spinnenwebvlies.
Beschrijving Ruysch Fles met vocht, waar in te zien is, het hoofd van een kind, waar van het bovenste deel van de hersenpan is afgenomen, om een gedeelte van de hersenen te kunnen zien. Zie ten eerste hoe dit deel van de hersenen nog bedekt is met het dunne hersenvlies, waar doorheen veel opgevulde slagadertjes lopen; ook zie je in dit vlies ontelbaar veel ronde witte lichaampjes, die ik oordeel niets anders te zijn als vet, hoewel anderen ze voor kliertjes hebben gehouden. Ten tweede zie je bovenaan dit stuk van de hersenen hoe het hersenschors wit van kleur is, omdat de bloedvaten niet opgevuld zijn. Ten derde zie je, even onder het rondom afgesneden vel, het vet, in dezelfde kleur en gedaante, als bij het genoemde dunne hersenvlies.
Trefwoord hoofd van een jongen
Opening UBMO629052175
MAE Kunstkamera nummer 4070-173
Preparaatnummer 05.1.01
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus quintus. Het vyfde anatomisch cabinet (...) . Amsterdam 1705; Nr.I: Op de Eerste Plank: ‘Een Vles met voght, waar in te zien is, ’t Hoofd van een Kind, waar van het bovenste des Pans afgenomen is, om also een gedeelte van de herssene te konnen zien. Aanmerkt ten eersten. Dat het geseyde deel der herssene nog bedekt is met het dunne herssenvlies, waar door heen seer veele opgevulde slagh-aderkens passeeren; ook ziet men in ‘t selve vlies ontelbaar veel ronde witte lighaamtjes, die ik oordeel niet anders te zyn als vet, hoewel andere dezelve voor klierkens hebben gehouden. Ten tweeden, Boven het geseyde stuk van de Herssene, doet zigh wederzyts op de Aderwyse vleghtigh, en is deselve wit van couleur, om dat de bloedvaten niet opgevult zyn. Ten derden, Zoo ziet men, even onder het in ‘t ront afgesnede vel, het vet, in deselve couleur en gedaante, gelyk in ‘t boven gemelde dunne Herssen-vlies.
Beschrijving kort Rechter hand houdt een geinjecteerd hard hersenvlies vast. De nagels zijn geverfd.
Beschrijving Ruysch Arm van een jong kindje, als levend. In de hand een hard hersenvlies van een mens. In het hersenvlies kan je veel opgevulde slagaderen zien lopen. Merk ook op, dat het vlies ongemeen dik, taai, hard en peesachtig is.
Trefwoord hand houdt harde hersenvlies vast
Opening UBMO629052177
MAE Kunstkamera nummer 4070-182
Preparaatnummer 05.1.6
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus quintus (...).Het vyfde anatomisch cabinet (...) . Amsterdam 1705; Nr VI: Een armtje van een jong Kindje, mede levendigh van couleur, in wiens handje gevonden werd het harde of dikke Herssen-vlies van een mensch, waardoor men de opgevulde Slagaderen menighvuldigh ziet loopen: ook staat hier aan te merken, de ongemeene dikte, tayheyd, hardigheyd en peesagtigheyd van ’t geseyde vlies. Musei Imperialis Petropolitani vol 1, pars 1, qua continentur res naturales. Sint-Petersburg 1742. p. 40 Scrinium IV et V. 5. Brachium infantis viventis speciem referens et manu tenens duram matrem hominis, per quam plurimae arteriae, ceracea materia repletae sunt disseminatae. Quam dura crassa, tenax et veluti tendinosa sit dicta membrana, hic videre est, V. 6.
Beschrijving kort Heiligbeen van een foetus met een ontwonden testikel van een mens
Beschrijving Ruysch Flesje met waar in een in de lengte doorgesneden stuk van het heiligbeen te zien is; aan de bovenkant zit nog een doorgesneden stuk van de laatste wervels van de lendenen vast: en aan de onderkant zit het gehele, in de lengte doorgesneden, staartbeentje. Dit voorwerp is op zo een manier in de lengte doorgesneden, dat je het verschil kan zien, dat er is tussen de tussenscheidsels tussen de wervelbeenderen van de ruggegraat, en die van het heiligbeen. Tussen de tussenscheidsels van de wervelbeenderen van de ruggegraat bevindt zich een kleine holligheid, met daarin een vocht, gelijk aan het vocht dat je vindt in andere juncturen van het lichaam: Deze holligheid is hier nog te zien tussen het lichaam van het laatste wervelbeen van de lendenen, en tussen dat van het eerste wervelbeen van het heiligbeen. Daarentegen zie je tussen het lichaam van de eerste en tweede wervels van het heiligbeen nauwelijks enige holte, en tussen de rest helemaal geen, en dat is ook niet nodig, daar de wervels van het heiligbeen onderling door kraakbeen aan elkander gehecht, geheel onbeweeglijk zijn: Maar in de ruggegraat is evidente beweging, daarbij kwam die holte en vochtigheid goed te pas, zoals in de andere junctuuren. Op de bodem van deze fles is ook deels ontwonden testikel van een manspersoon te zien. Zie het V. Kab. Tab. III. Fig. 2.
Trefwoord heiligbeen van een foetus met een testikel van een volwassene
Opening UBMO629052191
MAE Kunstkamera nummer 4070-846
Preparaatnummer 05.4.69
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus quintus. Het vyfde anatomisch cabinet (...) . Amsterdam 1705; Nr. LXIX: ‘Een vlesje met voght, waar in te zien is een na de lenghte doorgesnede stuk van ’t Groote of Heyligh-been; aan desselfs bovenste is ook nogh aan vast gebleven een doorgesnede stuk van de laaste Wervel-beendere van de Lendene: als mede aan ’t onderste het gehele, na de lenghte doorgesnede, Staart-beentje. Aanmerkt, Dat dit voorwerp zoodanigh na de lenghte doorgesneden is, op dat men het onderscheyd zoude konnen zien, die daar is tusschen de tusschen-scheydzels der lighaamen der Wervel-beendere van de ruggegraat, en die van ’t Groote of alzoo genoemde Heyligh-been. Tusschen de tusschen-scheydzels der Wervel-beenderen van de Rugge-graat werd een kleene holligheid gevonden, en daar in een voght, gelyk als in de andere junctuuren des lighaams: Dese holligheyd is hier nogh te zien tusschen het lighaam van de laaste Wervel-been van de lendenen, en tusschen dat van het eerste Wervel-been van ’t Heylighbeen. In tegendeel zoo ziet men tusschen het lighaam van de eerste en tweede Wervel-beenderen van ’t Heyligh-been naulykx eenighe holte, en tusschen de rest gantsch geene, en zulkx is ook niet nodigh, nadien de Wervel-beenderen van ’t Heylig-been onderlingh door Kraak-been aan den andere geheght zynde, gants onbeweeghelyk zyn: In tegendeel, dewyl datter evidente beweeginghe in de Rugge-graat is, zoo wasser die holte en vogtigheyd immers zoo dienstigh, als in de andere junctuuren. Op de grond van dese vles is ook te zien, een ten deele ontdaane Testicul van een Manspersoon. Siet’t V. Cab. Taf. III. Fig. 2.
Beschrijving kort Jonggeborene met twee hoofden en een derde hand. Siamese tweeling. Dit is een ongewoon zwaar preparaat.
Beschrijving Ruysch Deze tombe bevat een tweehoofdig voldragen kind, met drie armen en twee benen, dat ik vele jaren geleden gekocht heb. Het is door anderen gebalsemd en hard gemaakt, op een manier die niet lijkt op mijn manier van balsemen, en heeft zijn natuurlyke kleur, noch gesteldheid behouden.
Trefwoord Siamese tweeling
Opening UBMO629052277
MAE Kunstkamera nummer 4070-913
Preparaatnummer 07.01.01
Nat/Droog droog
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus septimus. Het sevende anatomisch cabinet (...) . Amsterdam 1707; No. 1. [...] Dictus Tumulus in sese continet foetum humanum bicipitem, tribus brachiis, duobusque pedibus praeditum, quem, à plurimis annis, ab aliis balsamo conditum, & induratum, emi; talis autem balsamatio, cum mea neutiquam convenit, quoniam neque constitutionem naturalem, neque colorem retinuit.[...] No. 1. [...] Dese geseyde Tombe onthoud in sigh een tweehoofdigh en voldrage Kind, voorsien met drie Armen en twee Beenen, 't selve heb ik al over veele Jaaren gekogt, zynde door andere gebalsemt en hard gemaakt, zo dat zodanigh een balsemeeringe met de myne geenzints over eenkomende nogh natuurlyke couleur, nogh gesteltheyt behouden heeft. [...]
Beschrijving kort Voet van een kind trapt op stukken schedel
Beschrijving Ruysch Been van een kind, natuurlijk van kleur, met onder het voetje stukken van de door caries aangetaste hersenpan van een beroemde hoer, genaamd Anna van Hoorne. Zij was vroeger zeer goed bekend bij allen, die het hoerenwerk waren toegedaan. Sommigen zijn nu nog in leven, zoals men mij heeft verteld. Waarom er een stuk van de hersenpan onder het voetje is geplaatst, dat kan je wel raden, aangezien deze lichtekooi deze ellendige kwaal is overkomen, door haar verfoeilijk beroep: want in zulk water, vangt men zulke vissen. Dit wordt alles in een helder vocht bewaard. Ook heb ik het gebeente van een van haar voeten bewaard, dat als een veertje op het water drijft.
Trefwoord been en schedel stukken
Opening UBMO629052281
MAE Kunstkamera nummer 4070-44
Preparaatnummer 07.1.14
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus septimus. Het sevende anatomisch cabinet (...) . Amsterdam 1707; Nr. XIV. Het Been van een Kind, natuurlyk van couleur, onder desselfs Voetje vind men een stukje van ‘t gecarieert Bekkeneel van een seer vermaarde Hoer, genaamt Anna van Hoorne, eertyds seer wel bekend by alle die gene, dewelke het hoerewerk zeer toegedaan waren, onder dewelke datter nu nogh in ‘t leven zyn, zoo men my onderright heeft. Waarom nu een stuk van ‘t Bekkeneel onder ‘t Voetje is geplaast, zulks kan men ligtelyk bevroeden, nadien dese Ligtekooy dese ellendighe quale niet is overgekomen, zonder haar verfoeijelyk bedryf: want in zodanigh water, vanght men zulke visschen; dit word alles in een heldere voght bewaart. Ook heb ik het gebeente van een haarer voeten bewaart, 't welke op 't water als een veder dryft.
Beschrijving kort Twee partjes van een penis
Beschrijving Ruysch Een fles met vocht, met erin het voorste gedeelte van een penis. Merk op, hoe eerbaarheidshalve de eikelkroon van de penis achter de eikel is afgesneden. Zo is ook een gedeelte voor de eikelkroon weggenomen. In dit gedeelte van de eikel, als je het van achteren bekijkt, zie je hoe er naar het hoofdje twee sponzige grote (zwel)lichamen lopen. Er is ook een kleiner sponzig lichaam te zien dat de pisweg omringt: Als men het echter van voren bekijkt zie je dat het vierde zenuw-sponzige lichaam niets anders is dan een voortzetting van het kleine sponzige lichaam, dat de pisweg omringt. Lees maar na wat ik over deze zaak in mijn ontleed- en heelkundige aanmerking heb geschreven, en heb laten afbeelden. In het bovenste gedeelte van dit voorwerp vind je ook de zenuw-tepeltjes, die ik in mijn Anatomische Cabinetten heb laten afbeelden. De zeer schrandere ontleder Morgagnius hield ze voor klieren en heeft ze zo beschreven en afgebeeld. Boven het kleine zenuw-sponzige lichaam, komen er twee afgesnede bloetvaten te voorschijn. Daar dit alles met een rode wasachtige stof is opgevuld, kan het er best mee door.
Trefwoord penis
Opening UBMO629053059
MAE Kunstkamera nummer 4070-593
Preparaatnummer 10.3.098
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus magnus & regius qui est decimus thesaurum anatomicorum. Het groote en koninglyke kabinet zynde het tiende der anatomische kabinetten. Amsterdam 1715; * XCVIII. Phiala in liquore conservans, Penis virilis portionem anteriorem... . Alle de werken:X. ANATOMISCH CABINET No. XCVIII. Een vles met vocht, bewarende het voorste gedeelte der roede. Merk aan, Gelykerwys eerbaarheyts halven de krone der roede achter het roedenhooftje is afgesneden, aldus is ook een gedeelte voor de krone weggenomen. In dit gedeelte van ‘t roedenhooftje, zo gy ‘t van achteren beschouwt, komen ‘er naar ‘t hooftje toe de twee zenuwagtige spongieuze grote lighamen, als mede het kleyne, dat den pisweg omringt, te voorschyn: Maar in tegendeel het voorste beschouwende, ziet men het vierde zenuwagtige spongieuse lichaam, ‘t welk niet anders is als een aaneenschakeling van ‘t kleine spongieuse lichaam, dat den pisweg omringt. Zie wat ik over deze zaak in myne ontleet en heelkundige aanmerking geschreven, en heb laten afbeelden. In ‘t opperste gedeelte van dit voorwerp vint men ook de zenuwagtige tepeltjens, die ik in myne Anatomische Cabinetten heb laten afbeelden, en welke de zeer schrandere ontleder Morgagnius voor klieren beschreven en afgebeelt heeft. Boven ‘t kleyne zenuwagtige spongieuse lichaam, komen ‘er twee afgesnede bloetvaten te vore. Nadien dit alles met een rode waschagtige stoffe opgevult is, kan ‘t zeer wel gezien worden.
Beschrijving kort Ellepijp aangetast door caries. Het bot van de ellepijp is vervormd. Binnen in zit een lange ronde pijp los van de rest van het bot.
Beschrijving Ruysch Ellepijp van een mens, door uittering (caries) aangetast, gedeformeerd, en wel zodanig, dat in de holte een rond en lang stuk bot is te zien, dat geheel van het buitenste van de ellepijp gescheiden is geraakt. Dat is, denk ik, veroorzaakt door scherpe etter. In de Anatomische Cabinetten heb ik al eens eerder bijna hetzelfde afgebeeld bij een scheenbeen. Niemand zal kunnen twijfelen dat dit mogelijk is, die bij mij thuis een schouderblad gezien heeft met een sponzige benige substantie, gelijk de sponzige substantie (diploë) van de hersenpan, en wel tussen de twee buitenste lagen. Dat het meer voorkomt, weet ik door ondervinding. Kennelijk kan de etter het sponzige bot niet geheel doen verdwijnen. Daardoor wordt het buitenste gedeelte van het bot, geheel van het binnenste gedeelte gescheiden. Je moet ook bedenken dat dit elleboogsbeen zo is, dat niemand deze inwendige pijp eruit kan halen, en er weer inbrengen, zoals blijkt uit de 1. Fig van de 3. Taf. Als iemand nog niet tevreden is, en wil twijfelen aan de waarheid, dan moet die maar komen kijken bij mij thuis. Hij kan ook naar Clopton Havers gaan, een heer van ervaring, die volhoudt, dat de beenderen uit laagjes (lamellae) bestaan. Als dat zo is, wie kan het dan niet eens zijn met wat gezegd is?
Trefwoord ellepijp, gedeformeerd
Opening UBMO629053072
MAE Kunstkamera nummer 4070-848
Preparaatnummer 10.8.176
Nat/Droog droog
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus magnus & regius, qui est decimus thesaurum anatomicorum. Zynde het groote en konincklyke cabinet zynde het tiende der anatomische cabinetten (...). Amsterdam 1715; Nr. CLXXVI. De Ellepyp van een mensch, door uyteringh ( Caries ) gants ont-aard, gedeformeert, en wel zoodanig, dat in deszelfs holligheid een ronde en lange beene-pyp ( Fistula ) gezien werd, dewelke gantz en gaar van ‘t buytenste van de Ellepyp gesepareert is geworden, ‘t welk ik geloove veroorzaakt te zyn door de scherpigheyd van de etter: in de Anatom. Cabinetten heb ik eertyds by na het zelve verbeelt in een scheen-been. Niemand zal konnen twyfelen zulks te konnen geschieden, die te mynen huyse gezien heeft een schouder-been waar in zigh opdoet een spongieus-beenige substantie, gelyk het diploe van de Herssen-panne, namentlyk tusschen twee tafels, en dat het meer gevonden werd, weet ik door ondervinding, en wat zouden dan konnen verhinderen, dat de etter dese spongieus-beenige substantie niet zoude konnen weg-eeten door zodanig een bederving, en als het geschied, zoo komt de buytenste gedaante des beens, van de binnenst geheel en al af te scheyden. Men moet ook considereeren dat dit Elleboogs-been zoodanig gesteld is, dat niemand dese gezeyde inwendige pyp kan uythaalen, en wederom inbrengen, gelyk zulks blykt uyt de 1. Fig van de 3e. Taf. Zoo dat hier door alle twyfelmoedighe komt te verdwynen, zoo ‘er eghter ymand nogh niet moght voldaan zyn, en wilde twyfelen aan de waarheyd, die komen het zien te mynen huyse, of hy kan by Clopton Havers gaan, die een Heer van ervarentheyd is, dewelke sustineert, dat de beenders uyt tafels ( lamellae ) bestaan, en dat zoo zynde, wie zoude dan weygeren toe te stemmen, ‘t geen gezegd is?