terug
  • beeld
  • beschrijving
thumbnail
Beschrijving kort Zes stukken ribben met spieren in gespoten met rode was
Beschrijving Ruysch Zes stukken van ribben, met de tussenribbige spieren uit een klein kind. Ten eerste. Omdat ik de slagaderen opvulde met een roodwassige stof, ontdekte ik de slagaderen (door mij uitwendige tussenribbige slagaderen genoemd) . Ik heb daarover nooit eerder ergens kunnen lezen. En niemand ook heeft de slagaderen tot nog toe in figuren afgebeeld. 2. De vertakkingen van deze slagaderen, die door het beenvlies van de ribben lopen, hebben een traject, dat heel anders is dan dat van diegene, die van buiten door de tussenribbige spieren lopen. Zie de 3. Plaat, Fig. 3. 3. ‘t Is vermakelijk om te zien, hoe perfect de takjens van de uitwendige tussenribbige slagaderens, het traject van de bewegende draadjes van de uitwendige tussenribbige spiertjes volgen. 4. Je kunt zien hoe de takjes van de uitwendige tussenribbige slagaderen, op verscheidene plaatsen verdubbeld zijn. Tussen deze verdubbeling komt een ader te lopen. Net zoals je kunt zien in de navelstreng van de nageboorte, waar een ader door twee slagaders vergezeld wordt. 5. Als je het glas omdraait en de andere kant bekijkt, dan zie je alleen slagadertjes, die verspreid zijn over het oppervlak van het borstvlies, dat het dichts naast de long ligt. Hun begin, noch ook hun einde zijn goed te zien, zodat ze confuus door het genoemde vlies lijken te lopen.
Trefwoord ribben, tussenribsspieren
Opening UBMO629052027
MAE Kunstkamera nummer 4070-124
Preparaatnummer 01.3.16
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus primus :.Het eerste anatomisch cabinet van Frederic Ruysch. Amsterdam 1701; Derde Plank. No. XVI. Ses stukken van ribbens, met hare tusschenribbighe spieren en dat uyt een kleen Kint. Aanmerkt ten eersten. Het vervullen van hare slaghaderen met een rootwassighe stoffe, is oorsake, dat ik die slaghaderen, (van my uytwendighe tusschenribbighe slaghaderen geheten) uytgevonden heb, waar van ik noyt iets beschreven heb gevonden; ook en heeft men ons die tot nogh toe door geen figuren afgebeelt. 2. De spruyten of takken deser slaghaderen, door het beene-vlies der ribbens loopende, hebben eenen cours, gansch verscheyde van die gene, dewelke van buyten door de tusschenribbige spieren loopen. Ziet de 3. Plaat, Fig. 3. 3. ‘t Is vermaaklijk om te zien, hoe perfect dat de takjens van de uytwendige tussenribbige slaghaders, de cours van de bewegende draatjens der uytwendige tusschenribbige spiertjens komen te volgen. 4. De takjens van de geseyde uytwendige tusschenribbige slaghaderen, ziet men op verscheyde plaatsen verdubbelt te zijn, tussen welke verdubbelinghe eene ader komt te loopen, gelijk men altoos bespeurt in de Navel-strengh van de Nageboorte, alwaar mede eene ader van twee slaghaderen vergeselschapt word. 5. Als men ‘t glas omsettende, de contrarie zyde besiet, soo komen ons alleen die slaghadertjens in ‘t gesighte, dewelke verspreyt sijn door die oppervlakte van ‘t borstvlies, dewelke ‘t naast aan de Longhe is: Dese haar begin, nogh ook haar eynde, sijn niet wel te sien, soo datse confus door ‘t geseyde vlies schynen te loopen.
UBMO629052027