terug
  • beeld
  • beschrijving
thumbnail
Beschrijving kort Heiligbeen van een foetus met een ontwonden testikel van een mens
Beschrijving Ruysch Flesje met waar in een in de lengte doorgesneden stuk van het heiligbeen te zien is; aan de bovenkant zit nog een doorgesneden stuk van de laatste wervels van de lendenen vast: en aan de onderkant zit het gehele, in de lengte doorgesneden, staartbeentje. Dit voorwerp is op zo een manier in de lengte doorgesneden, dat je het verschil kan zien, dat er is tussen de tussenscheidsels tussen de wervelbeenderen van de ruggegraat, en die van het heiligbeen. Tussen de tussenscheidsels van de wervelbeenderen van de ruggegraat bevindt zich een kleine holligheid, met daarin een vocht, gelijk aan het vocht dat je vindt in andere juncturen van het lichaam: Deze holligheid is hier nog te zien tussen het lichaam van het laatste wervelbeen van de lendenen, en tussen dat van het eerste wervelbeen van het heiligbeen. Daarentegen zie je tussen het lichaam van de eerste en tweede wervels van het heiligbeen nauwelijks enige holte, en tussen de rest helemaal geen, en dat is ook niet nodig, daar de wervels van het heiligbeen onderling door kraakbeen aan elkander gehecht, geheel onbeweeglijk zijn: Maar in de ruggegraat is evidente beweging, daarbij kwam die holte en vochtigheid goed te pas, zoals in de andere junctuuren. Op de bodem van deze fles is ook deels ontwonden testikel van een manspersoon te zien. Zie het V. Kab. Tab. III. Fig. 2.
Trefwoord heiligbeen van een foetus met een testikel van een volwassene
Opening UBMO629052191
MAE Kunstkamera nummer 4070-846
Preparaatnummer 05.4.69
Nat/Droog nat
Conditie goed
Herkomst Collectie Frederik Ruysch, Amsterdam; Museum Imperiale Petropolitanum, Sint-Petersburg; Peter de Grote Museum voor Antropologie en Etnografie (Kunstkamera), Russische Academie van Wetenschappen, Sint-Petersburg
Literatuur Thesaurus anatomicus quintus. Het vyfde anatomisch cabinet (...) . Amsterdam 1705; Nr. LXIX: ‘Een vlesje met voght, waar in te zien is een na de lenghte doorgesnede stuk van ’t Groote of Heyligh-been; aan desselfs bovenste is ook nogh aan vast gebleven een doorgesnede stuk van de laaste Wervel-beendere van de Lendene: als mede aan ’t onderste het gehele, na de lenghte doorgesnede, Staart-beentje. Aanmerkt, Dat dit voorwerp zoodanigh na de lenghte doorgesneden is, op dat men het onderscheyd zoude konnen zien, die daar is tusschen de tusschen-scheydzels der lighaamen der Wervel-beendere van de ruggegraat, en die van ’t Groote of alzoo genoemde Heyligh-been. Tusschen de tusschen-scheydzels der Wervel-beenderen van de Rugge-graat werd een kleene holligheid gevonden, en daar in een voght, gelyk als in de andere junctuuren des lighaams: Dese holligheyd is hier nogh te zien tusschen het lighaam van de laaste Wervel-been van de lendenen, en tusschen dat van het eerste Wervel-been van ’t Heylighbeen. In tegendeel zoo ziet men tusschen het lighaam van de eerste en tweede Wervel-beenderen van ’t Heyligh-been naulykx eenighe holte, en tusschen de rest gantsch geene, en zulkx is ook niet nodigh, nadien de Wervel-beenderen van ’t Heylig-been onderlingh door Kraak-been aan den andere geheght zynde, gants onbeweeghelyk zyn: In tegendeel, dewyl datter evidente beweeginghe in de Rugge-graat is, zoo wasser die holte en vogtigheyd immers zoo dienstigh, als in de andere junctuuren. Op de grond van dese vles is ook te zien, een ten deele ontdaane Testicul van een Manspersoon. Siet’t V. Cab. Taf. III. Fig. 2.
UBMO629052191