De anatomische preparaten van Frederik Ruysch




Hoe maak je anatomische preparaten?


Het mineraal cinnaber, een bron van vermiljoen





Ruysch-preparaat. Verhemelte en deel van de tong van een groot zoogdier, leeuw? voor en na restauratie. Sint-Petersburg 2002.

Ruysch kon beter dan wie ook preparaten tot in de kleinste vaatjes injecteren met kleurstoffen. Hij injecteerde embryo's, foeten en pasgeboren kinderen zodat ze eruit zagen alsof ze nog leefden.

Het belangrijkste kleurmiddel dat hij gebruikte was het donkerrode (vermiljoene) mineraal cinnaber, een kwikoxide (al of niet vermengd met een zwavelverbinding) en schapenvet.

Ruysch maakt het onzichtbare zichtbaar

De Britse arts William Harvey (1578-1657) had in 1628 zijn revolutionaire ontdekking van de bloedsomloop gepubliceerd toen hij lijfarts was van de Engelse koning. Hij beschreef hoe het hart bloed tot in de fijnste vertakking van slagaders pompte; waar hij iets als haarvaten vermoedde, omdat hij constateerde dat vandaar het bloed niet stopte, maar uit even fijn vertakte aders via steeds dikkere aders weer terugstroomde naar het hart. Die haarvaten vermoedde Harvey alleen, want hij kon ze niet zien. De Italiaanse anatoom Marcello Malpighi (1628-1694) heeft ze voor het eerst aangetoond. Ruysch wist ze met zijn prepareerkunst zichtbaar te maken. Ruysch vulde aders en slagaders met rode of witte 'waschagtige stoffe'. Hij gebruikte verschillende kleuren om de loop van aderen en slag-aderen tot in de verste uiteinden te kunnen onderscheiden.

Droge en natte preparaten

Droge preparaten, zoals bot en bepaalde vliezen werden aan de lucht gedroogd en vervolgens met een soort vernis bedekt. Ruysch introduceerde daarnaast een manier (gebaseerd op technieken die de oude Egyptenaren al kenden) om preparaten te balsemen. Toch koos hij vaker voor de 'natte' methode.

Brandewijn

Dat je alcohol kon gebruiken om menselijke anatomie te bewaren was al door de lijf-chirurgijn van vier Franse koningen, Ambroise Paré (1510-1590) ontdekt. Ook Ruysch gebruikte een op alcohol gebaseerd recept. Hij sprak van een 'vogt' of 'liqueur'. Wij weten dat hij brandewijn uit Nantes gebruikte, een bijna 70 procentige alcohol die als conserveervloeistof nog werd aangevuld met onder meer zwarte peper. De flessen of fiolen, glazen potten met wijde halzen, werden door hem luchtdicht afgesloten met een plaatje leisteen dat met hars werd vastgekit. Over de op deze wijze afgesloten deksels werd dan vaak nog een vel van een varkensblaas gespannen.

Ruysch' preparaten blijven eeuwen goed

Ruysch'collectie anatomische preparaten is 300 jaar oud, maar bestaat nog omdat hij hem in 1717 in zijn geheel kon verkopen aan een vorst. De koper was de Russische tsaar Peter de Grote (1672-1725). In Petersburg liet de tsaar voor deze en andere collecties een speciaal museum bouwen, de Kunstkamera, om zijn onderdanen te onderwijzen. Van de ruim 1500 preparaten zijn 916 bewaard gebleven. Ruysch had het zelf al gezegd: mijn preparaten - 'konnen honderde van Jaaren bewaart worden'.

Van fiolen naar stopflessen

Toen de anatoom Karl Ernst von Baer (1792-1876) in 1843 werd aangesteld als conservator van de Anatomische collecties heeft hij er zorg voor gedragen dat gebarsten fiolen werden vervangen door stopflessen. Het was jammer van de originele flessen, maar het betekende de redding van de preparaten. Slechts enkele preparaten zitten nog in de originele fles. De conservering van de collectie bleef voor alle volgende conservatoren een bron van niet aflatende zorg.

Conservering en ethiek

De laatste jaren zijn bij het conserveren van de Ruysch preparaten nieuwe technieken toegepast, die deels voortbouwden op ervaringen met dergelijke anatomische preparaten in Nederland. Tijdens de conservering werd getracht de preparaten zo origineel mogelijk te houden. Dat betekende in de meeste gevallen dat alleen de bewaarvloeistof werd vervangen. Dit was noodzakelijk omdat alcohol sneller verdampt dan water.

Paardenhaar

Sommige preparaten hingen niet langer aan een draad, maar waren op de bodem van de fles terechtgekomen. Deze preparaten werden opnieuw met een haar uit een paardenstaart opgehangen, precies zoals Ruysch dat ook placht te doen. In een aantal gevallen werd een preparaat overgezet in een nieuwe (vaak wat grotere) fles. Omdat grotere flessen niet in de handel zijn werden deze nieuwe flessen speciaal voor dit doel in Nederland geblazen. Tijdens de conservering was er gelegenheid om de rode kleurstof die Ruysch gebruikt had, te analyseren. Het gehele conserveringsproces is uitvoerig gedocumenteerd en gefotografeerd, zodat vastgelegd is wat origineel en wat vervangen is. Meer dan 200 preparaten zijn reeds op deze wijze, met financiële steun van het Wilhelmina E. Jansen fonds behandeld, en prominent tentoongesteld in de fraai gerestaureerde voormalige bibliotheek van de Kunstkamera.

Wim Mulder, conservator emeritus Universiteitsmuseum, Universiteit van Utrecht