De anatomische preparaten van Frederik Ruysch




Russische wetenschap geïnspireerd door Ruysch preparaten


Ruysch Museum in Amsterdam

Peter de Grote wilde in Rusland de wetenschap op alle mogelijke manieren bevorderen. Daarom liet hij in zijn hoofdstad een museum met veelsoortige verzamelingen opbouwen. In 1718 kocht hij de grote verzameling van Frederik Ruysch met zijn anatomische preparaten.

Anatomie was in Europa toen nog geen wetenschap die uitsluitend aan universiteiten of academies beoefend werd. Iedereen die belangstelling en de middelen had, kon zich ermee bezighouden. Daarom richtte Frederik Ruysch in zijn huis een museum in en stelde daar zijn anatomische preparaten tentoon. Reinier de Graaf en Jan Swammerdam werkten met hem samen.


Het Anatomisch Theater in de Kunstkamera

Anatomisch theater in Sint-Petersburg

In Rusland verliep de ontwikkeling van de wetenschap anders. Dat kun je goed zien als je kijkt naar het voorbeeld van de Petersburgse anatomie. Het anatomische theater in Sint Petersburg was onderdeel van de Academie van Wetenschappen en aanvankelijk ondergebracht in het paleis van prinses Praskovja Fjodorovna. Om Anatomische lessen te geven in dit theater werd professor Johann Georg Duvernois (1691-1759) uit Duitsland aangesteld.

Verhuizing naar de Kunstkamera

In 1728 verhuisde het anatomisch theater naar een speciaal, nieuw, gebouw, de Kunstkamera. Hierin werden de bibliotheek, het anatomisch theater, de Gottorfse globe, een astronomisch observatorium en de verzamelingen samen ondergebracht. Het anatomisch theater was in een ruime ronde zaal op de eerste verdieping van de centraal gelegen toren ingericht. De ingang bevond zich aan de kade. In het centrum van de zaal stond een grote snijtafel, waaromheen, in vier rijen boven elkaar, banken stonden opgesteld voor het publiek. In de kasten langs de muren stonden preparaten. Een verdieping hoger, recht boven het anatomisch theater, stond de Gottorpse globe opgesteld en daarboven was het observatorium. Op deze manier verzinnebeeldde de toren van het gebouw de verticale lijn van micro- naar macrokosmos.

Kies Petersburg en niet Parijs of Amsterdam

De uitmuntende voorwaarden waaronder in de Petersburgse Academie anatomen konden werken, kregen snel meer bekendheid. De student H.F.Gross schreef uit Sint Petersburg aan een vriend in Duitsland: 'Ik ben er zeker van dat wanneer meer Duitse medicijnenstudenten zouden weten welke mogelijkheden er hier zijn om praktisch anatomisch onderzoek te doen, dat zij dan veel liever tegen geringere kosten via Lübeck hierheen zouden komen, dan naar Amsterdam naar Ruysch, of naar Parijs te gaan.'


Tekeningen van de ogen van Ruysch

De ogen van Ruysch

In 1726 demonstreerde Duvernois de oogspieren van een door hem opengesneden kat. Hij verdiepte zich in de Ruysch-verzameling en maakte een catalogus van de meer dan 100 preparaten van mensen- en dierenogen. De bouw van de ogen hadden voortaan Duvernois belangstelling. Astronomen en fysici van de Academie hielden zich bezig met lichtbreking en -buiging. Duvernois nodigde hen uit om zijn ogenverzameling te komen bestuderen. De wetenschappers onderzochten de geprepareerde ogen, zoals van een olifant, een rob, een uil en een vlieg. Ze kwamen tot de overtuiging dat het oog zich van simpel tot gecompliceerd ontwikkeld had. Vanaf die die tijd hoort het anatomisch onderzoek van het oog in Sint Petersburg tot de opleiding in de optica.

De preparaten van de Ruysch-verzameling waren dus niet alleen museale objecten. Ze dienden als grondslag voor wetenschappelijk onderzoek en als studiemateriaal voor studenten.

Studie naar verbindingen tussen botten

Ook op het terrein van de ligamenten - de verbindingen tussen botten- hebben de preparaten van Ruysch invloed gehad. Josias Weitbrecht (1702-1747), lid van de Russische Academie schreef een uitvoerig handboek syndesmologie, dat is de wetenschap die studie maakt van ligamenten. Het verscheen in 1742 in het latijn in Sint Petersburg en werd later in het Frans en Duits vertaald. Zijn artikelen werden in Europese tijdschriften besproken en zijn Syndesmologie is tot op de dag van vandaag een handboek.

Anatomen in dienst van de Academie

De anatomen van de Kunstkamera speelden een grote rol in het onderwijs, deden zeer gevarieerd onderzoek, maakten preparaten, gaven voordrachten en anatomische lessen met dode lichamen voor de bijeenkomsten van de leden van de Academie. Soms deden ze ook experimenten op levende dieren. De geleerden werden door de Academie van Wetenschappen betaald. De Academie zelf werd geheel en al door de staat bekostigd, wat in die tijd zonder precedent was.

Geen publieke belangstelling voor Anatomische les

De poging van Peter om een anatomisch theater voor de bojaren in te richten, wekte geen enthousiasme. Voor Russen waren zulke demonstraties te vreemd. Niet omdat de kerk ze verboden had. Peter de Grote had de patriarch afgeschaft en was zelf de hoogste figuur in de orthodoxe kerk en hij streefde ernaar om de wetenschap, waaronder de anatomie, te bevorderen. Er zijn geen archiefstukken waaruit blijkt door wie de openbare snijdemonstraties wel werden bezocht. Waarschijnlijk waren het wetenschappers en studenten. In West-Europa waren het onderzoek naar lijken en de anatomie onderdeel van de culturele belangstelling. In Rusland ontstond geen vergelijkbaar enthousiasme voor de anatomie, omdat het land pas in Peters tijd in contact met anatomie kwam. De anatomie had in Rusland niet de filosofische, morele, theologische en esthetische betekenis die zij in het Westen had. In Rusland was de anatomie op wetenschap gericht en zij zou zich ook in die richting verder ontwikkelen.

Anna Radzjoen, conservatrice Anatomische collecties, Kunstkamera, Sint-Petersburg


Doorsnede van de Kunstkamera, rechts de bibliotheek, links de collecties, in 1741