De anatomische preparaten van Frederik Ruysch




Wijze van presenteren van het preparaat


Kinderarmpje toont een binnenstebuiten gekeerde blaas. Thes. II. TAB. 2. Fig. 1.

Ruysch presenteerde in zijn museum lichaamsdelen in een kleur en een vorm alsof ze leefden. Ook organen wilde hij laten zien in een vorm alsof ze nog in het lichaam zaten. Om vorm of kleur te behouden injecteerde hij met een naald witte of rode was tot in de kleinste vaatjes.

Afgehakte stompen van een armpje of een beentje bedekte Ruysch met een kanten doekje. Ruysch presenteerde een afgesneden kinderhoofd graag elegant op een kanten kraagje. Iedereen die zijn preparaten ziet, merkt dat dit inderdaad werkt, je kunt zonder walging of schrik in de open schedel kijken. Maar, we moeten ons wel realiseren dat verreweg de meeste van zijn preparaten van organen het moesten stellen zonder bijzondere versierselen of toevoegingen.

De fraai met kant versierde armen en benen hadden een belangrijke functie. Namelijk om kleinere anatomie beter onder de aandacht van de bezoeker te kunnen brengen. Ruysch gebruikte om zijn preparaten optimaal te kunnen exposeren ook ander natuurlijk materiaal. Doorntjes om speciaal de aandacht op iets te vestigen. Takjes om het preparaat tegen het glas te duwen zodat het 'beter zichtbaar zou zijn voor de bezoeker'.

Wat kunnen we leren uit zijn manier van exposeren?

Ruysch wilde zijn anatomie presenteren zodat 'het aangenaam was voor het oog'. Hij maakte gebruik van hulpstukken om beter te kunnen exposeren. Zijn preparaten van armpjes en beentjes zaten vaak met een ander preparaat in één fles. Dat had een dubbele functie. Ruysch kon met behulp van zo een armpje een klein stuk anatomie beter onder de aandacht brengen en tegelijkertijd kon Ruysch de toeschouwer helpen zijn natuurlijke afkeer van dode lichamen te overwinnen. 'Doordat het armpje, handje, en vingertjes nog schenen te leven, kon hier door alle afkeer weggenomen worden'. In de Thesauri kun je lezen hoe een armpje een stukje long, of een stukje borst (met de tussenribbige zenuw) toont, en bij de fotos van de preparaten zien hoe een beentje op stukken van een schedeldak trapt.

Je kunt dus vaststellen dat Ruysch door de afkeer bij de toeschouwer weg te nemen de bezoeker optimaal in staat wilde stellen kennis tot zich door te laten dringen.

Jozien J. Driessen van het Reve, historica, Amsterdam